In de lente van 2024 organiseerde VAV, samen met de Scenaristengilde en de Unie van de Regisseurs, een uitgebreid behoefteonderzoek onder zowel leden als niet-leden. Het onderzoek werd uitgevoerd door Roel Van der Schueren en had als doel zowel de informatie- en ondersteuningsnoden van auteurs als de informatiestromen in het bredere literaire veld in kaart te brengen.
In totaal vulden 314 auteurs – van predebutanten en starters tot mid-careers en gevestigde auteurs – een uitgebreide vragenlijst in, die inzicht bood in de huidige informatiebronnen, de kwaliteitsbeoordeling ervan, de (nog) niet ingevulde informatie- en ondersteuningsnoden en de verwachte rol van de VAV daarin.
De kernpunten van de onderzoeksresultaten kan je hier bekijken.
Wat voorafging
De concrete aanleiding voor het behoefteonderzoek was de vaststelling dat de drie belangenbehartigers zo overbevraagd worden dat zij tegen hun limieten aanzitten. De laatste jaren merken we hoe niet alleen leden, maar ook niet-leden en externe organisaties, met steeds complexere vragen aankloppen.
Tegelijkertijd wordt ook de complexiteit van het werkveld groter, en vergen bepaalde vraagstukken een internationale aanpak. Zo zijn er de recente wijzigingen in de fiscale regelgeving en de Wet op het Auteursrecht, en worden we geconfronteerd met de razendsnelle opkomst van digitale exploitatievormen en Artificiële Intelligentie. Stuk voor stuk zijn dit evoluties die moeten worden opgevolgd, bestudeerd, en naar de leden gecommuniceerd. Naast deze evoluties zijn er ook de talloze vaste dossiers die wij onvoldoende kunnen oppakken. Het dossier van de pensioenen van auteurs is daar een van.
Naast het uitvoeren van een enquêteonderzoek gingen de drie verenigingen (VAV, Scenaristengilde en Unie van Regisseurs) in dialoog met elkaar en met de partnerorganisaties om te bekijken wat nodig is om de noden van de leden (en niet-leden) op de best mogelijke en meest efficiënte manier te lenigen. Hierop volgde voor VAV ook een intens overleg met de beheersvennootschappen (deAuteurs & Sabam) en Literatuur Vlaanderen.
Het enquêteonderzoek: methode en opzet
Van 11 maart 2024 tot 8 april 2024 werd een vragenlijst rondgestuurd naar auteurs in Vlaanderen en Brussel.
Voor het opstellen van deze vragenlijst werd beroep gedaan op vrijwillige auteurs die tijdens drie oriënteringsgesprekken hun ervaring met ondersteuning in de literaire sector deelden. Hun input werd meegenomen en zoveel mogelijk verwerkt. De enquête werd vervolgens verspreid via mail naar alle leden van de Vlaamse Auteursvereniging. Om ook auteurs te bereiken die niet lid zijn van de Vlaamse Auteursvereniging, werd de oproep ook verspreid via de kanalen van partners zoals deAuteurs, Sabam en Literatuur Vlaanderen.
Het eerste deel van de vragenlijst was gericht op het profiel van de auteur. Op basis van de antwoorden op deze vragen konden de resultaten achteraf voldoende gecategoriseerd en gedifferentieerd worden.
Het tweede deel van de vragenlijst polste naar de bekendheid met en waardering van dienstverlenende organisaties en instanties in de literaire sector. Er werd telkens eerst bevraagd of de auteur bekend was met de organisatie en in welke mate de auteur al contact had opgenomen. Indien de auteur in het verleden al eens of regelmatig contact had opgenomen met de betreffende organisatie, werd gevraagd voor welke thema’s dat was en in welke mate de auteur tevreden was met de dienstverlening, op een schaal van 1 op 10. Onderstaande figuur toont welke hoofd- en subthema’s bevraagd werden.

Het derde deel van de vragenlijst peilde naar de huidige noden van de auteurs. De deelnemers werden gevraagd aan te duiden over welke thema’s ze nog extra raad zouden aanvragen bij de organisaties en instanties uit het tweede deel van de vragenlijst. Vervolgens moesten ze aangeven welke organisaties of instanties volgens hen het meest geschikt zijn om een antwoord te bieden op de vragen rond de noden die ze nog hebben.
Het laatste deel van de vragenlijst omvatte vragen die specifiek gericht zijn op het versterken van de dienstverlening van de Vlaamse Auteursvereniging als beroeps- en belangenvereniging.
Versplinterd landschap
De uitkomst van het onderzoek laat zich voorlopig samenvatten tot twee vaststellingen. Ten eerste is het sectorale landschap versplinterd, met als gevolg dat de individuele auteur nauwelijks nog het bos door de bomen ziet. Het goede nieuws is dat Literatuur Vlaanderen, de beheersvennootschappen (Sabam, deAuteurs) en tot slot ook de VAV een grote bekendheid genieten en hun werking voldoende naar waarde wordt geschat.
Ten tweede heeft de auteur specifieke noden die niet of slechts ten dele door de bestaande instanties worden opgepikt. De fondsen verstrekken de subsidie en faciliteren de promotie van het werk. De beheersvennootschappen innen de rechten. De belangenbehartigers staan hun leden bij met raad en daad. Maar wie lobbyt er voor belangen van de auteur in het algemeen? Wie neemt plaats aan de onderhandelingstafel wanneer wetten moeten worden gewijzigd? Wie zorgt er voor een veilige en vertrouwelijke werkomgeving van kunstwerkers, zelfstandigen en freelancers wanneer de bestaande actieplannen enkel oog hebben voor de belangen van de werknemer? Wie ontwerpt een pensioenplan dat ook diegenen die jarenlang geen rechten hebben opgebouwd op een belangrijk deel van hun inkomen in staat stelt om toch een redelijk pensioen op te bouwen? Wie heeft de tijd en de moed om het leenrecht open te breken en radicaal te hervormen? In het huidige landschap krijgt niemand deze taak toegewezen.
Conclusie
De conclusie luidt dat de VAV zich samen met de Scenaristengilde en de Unie van de Regisseurs verenigd voelt in de nood om sterker op te komen voor de auteur. Met deze “auteur” bedoelen we heel specifiek de individuele maker die, hetzij individueel, hetzij door subsidies, hetzij door promotionele evenementen, door het VAF en Literatuur Vlaanderen in staat wordt gesteld om te werken, wiens werk wordt vertegenwoordigd door Sabam en/of deAuteurs. Makers die als zelfstandige opereren, zij het in hoofd- of bijberoep, die als freelancers in een welbepaald Paritair Comité staan ingeschreven of die een kunstwerkuitkering kregen toegewezen. `
Deze groeiende groep van makers heeft recht op adequate, op de eigen, unieke situatie gerichte ondersteuning en nood aan een professionele vertegenwoordiging in het culturele en politieke middenveld.
Voor dit alles zijn uiteraard middelen nodig. Hoe dit gefinancierd moet worden, is onderwerp van verdere gesprekken met de beheersvennootschappen, de fondsen en de overheid.
Primordiaal is de bewustwording dat de sector nood heeft aan sterke belangenbehartigers. En als alle neuzen in dezelfde richting staan, vertrouwen de verenigingen erop om samen met de sector tot een gerichte oplossing te komen.